Feeds:
Berichten
Reacties

De meiden in de klas

Zoon gaat alweer naar de tweede van de middelbare. Aan het eind van de eerste schooldag na de vakantie kon hij verheugd melden dat hij dit jaar bij zijn vrienden in de klas zit (in tegenstelling tot vorig jaar). Dus met de jongens in de klas zit het wel goed.
‘En zitten er ook leuke meiden in je klas?’
‘Dat vroeg je vorig jaar ook!’
‘Ja, dat mag ik toch wel vragen? Je hoeft er niet per se antwoord op te geven.’
‘Dan geef ik geen antwoord.’
Even porren.
‘Aha! Dan zijn er dus leuke meiden.’
Kennelijk was het in de prehistorie – toen ik naar school ging – heel anders: ‘Tegenwoordig zien alle meiden er goed uit, hoor mam. Ze gebruiken make-up en dragen leuke kleren.’
Ik voel hier toch een feministische opvoedingskriebel opborrelen: ‘Maar, zijn ze dan alleen leuk omdat ze er goed uitzien…?!’
In het brein van een puberjongen werkt het allemaal wat anders dan in mijn moederbrein.

Advertenties

Stijve nek

Het is maandagochtend en ik heb zoon zojuist wakkergemaakt. Met een slaperig, chagrijnig gezicht komt hij de keuken in en kondigt aan dat hij pijn in zijn nek heeft. Zo kan ie eigenlijk niet naar school, vindt ie. Daar ben ik het niet mee eens.
We ontbijten en ik kijk het even aan. Vervelend, een stijve nek. Maar hij moet gewoon naar school.
Ik geef hem een paracetamol en vertrek naar mijn werk. Dit is een van de mindere ochtenden. Ik vind het lastig om de situatie los te laten en ik hoop maar dat zoon niet al te veel last heeft van zijn nek vandaag. Op maandag heeft hij bovendien de langste schooldag van de week. Vervelend…

Halverwege de ochtend krijg ik eens een whatsappje van zoon.
‘MAM!!!!!’
O jee, denkt mijn overbezorgde moederhart. Hij wil naar huis omdat het niet gaat met zijn nek…
‘TWEE WONDEREN’
Hm, dat lijkt mee te vallen.
‘Misschien heb je het al op het nieuws gezien?!’
Op het nieuws? Huh? Wat?
‘Ik had een 6,5 voor wiskunde, terwijl ik mijn koershoekmeter niet bij me had!’
O, op Magister! Inderdaad goed nieuws in elk geval, want hij kan wel een voldoende gebruiken voor wiskunde.
‘Ik was zo blij en toen schoot er een spiertje in mijn nek goed. Dus mijn nek is over.’

Het gesprek gaat over kleurstiften.
‘Onze stiften zijn niet zo heel goed meer. Soms moet je ze even in een bakje water dopen, dan doen ze het weer,’ is mijn tip voor zoon.
‘Bij ons op school hebben we een doos vol met stiften die het allemaal ontzettend goed doen,’ zegt zoon.
‘Lijkt me fijn,’ zeg ik. ‘En bij welk vak gebruik je die stiften dan?’
‘Bij het mentoruur. Dan moeten we wel eens dingen kleuren,’ antwoordt zoon.
‘Maar is dat eigenlijk niet onhandig?’ vraag ik. ‘Moet de hele klas dan één bak met stiften gebruiken?’
‘Nee,’ zegt zoon.’De meisjes hebben zelf stiften. Die bak van school is voor de jongens.’

Naar de middelbare

In de zomervakantie kwamen de schoolboeken voor de middelbare school binnen. Samen bekeken we ze. Het leek zoon vooral heel zwaar om al die boeken mee naar school te moeten sjouwen.
Toen ik hem vroeg wat hem een leuk vak leek, was het antwoord: ‘Gym. Verder niets…’
Op het eind van de zomervakantie vroeg zoon: ‘Zijn er ook vakanties op de middelbare school?’

Een paar weken zit hij nu op de middelbare, mijn grote zoon.
Maar gelukkig valt het allemaal best mee. Ook op de middelbare school zijn er vakanties en studiedagen van de docenten. De boekentas is zwaar, maar de boeken hoeven nooit allemaal tegelijk mee naar school. Er zijn zelfs een paar vakken bijgekomen die hij leuk vindt naast gym: nask, digitale vaardigheden en Engels.

‘Ik ben al best gewend op school,’ deelde zoon van de week mee.

De eindtoets

Gisteren en vanochtend was zoon duidelijk drukker dan normaal. Hij praatte harder, lachte harder en was sneller aangebrand. We lieten hem maar even en gingen er niet teveel op in, want vandaag is het de eerste dag van eindtoets. Begrijpelijk dus dat zoon nerveus was.

Op de school van zoon wordt niet de cito-toets gemaakt, maar de IEP-toets. Zoon is daar heel blij om. Hij vindt dat veeeel fijner dan de cito! Het maakt hem in elk geval minder zenuwachtig.

We hebben, bij uitzondering, een lekkere reep in zijn broodtrommeltje gestopt. En in zijn tas zit een zakje kauwgom, want dat stimuleert de bloedsomloop in de hersenen, zo zegt men. (Het is alleen nog de vraag of hij die kauwgom wel mag kauwen in de klas.) Hoe dan ook, hij is zo goed mogelijk voorbereid. Een dikke knuffel nog, en daar gaat ie dan!

Om kwart over 3 staat hij weer op de stoep.

‘Ha, daar ben je!’ roep ik enthousiast.

‘Ik ga spelen,’ zegt hij en zet zijn tas in de gang. ‘Doei!’

Hij is al bijna weer weg, maar ik kan hem nog net op tijd tegenhouden. ‘Maar… hoe was de toets?!’

‘O, ging goed.’

‘Wat fijn. Ja, ging het goed?’

‘Ja, taal ging heel goed.’

‘En rekenen? Of heb je dat nog niet gehad?’ Rekenen is niet zijn sterkste vak.

‘Ja, ging ook best goed.’

‘Wow, fijn joh!’

‘Nou, ik ben naar J. We gaan buitenspelen, dat is gezond voor me. Doei!’

En weg is ie weer… Eens kijken of er bij het avondeten nog wat los komt.

Huisdier

Zoon speelt vanmiddag bij een vriendje. Ze hebben daar een grote hond, maar tegenwoordig is hij gelukkig niet meer bang voor honden of katten. Integendeel, hij is dol op huisdieren ineens. Natuurlijk wil hij zelf ook een huisdier, maar dat zien wij niet zitten. Dus moet hij bij vriendjes maar honden en katten knuffelen. Gelukkig knuffelt zoon ook nog steeds uitgebreid met ons.
Als zoon thuis komt van het vriendje, knuffelt hij me stevig bij binnenkomst en aait over mijn haar. Dan merkt hij verbaasd op: ‘Hee mam, jouw haar voelt net  zo aan als het haar van de hond van mijn vriendje.’

Toetje

Leuk om de creativiteit uit te dagen: ‘Zoon, verzorg jij vandaag het toetje?’
Dit was het mierzoete resultaat voor drie personen. Maar let op: om het dan toch nog gezond te maken zit er wel voor elk een vitaminpil op het toetje!

toetje